Algemene voorwaarden

Inkoopvoorwaarden Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V.

Mits schriftelijk met haar is of wordt overeengekomen gelden voor alle inkopen door Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V. de onderstaande inkoopvoorwaarden.

A. Algemeen
1. Van toepassing zijn de bepalingen, vervat in de “Koop- en Verkoopvoorwaarden Bouwstoffen” (K.V.B. 1983).
2. Verkoopvoorwaarden door de leverancier gesteld, welke in strijd zijn met deze inkoopvoorwaarden zullen slechts dan Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V. binden, wanneer zij zich schriftelijk daartoe verplicht heeft.
3. Wanneer de bepalingen vervat in de K.V.B. of de verkoopvoorwaarden van de leverancier strijdig zijn met de inkoopvoorwaarden van Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V., dan gelden de inkoopvoorwaarden van Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V.

B. Opdracht
1. Opdrachten zijn slechts dan geldig als zij door Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V. zijn verstrekt en door haar schriftelijk zijn bevestigd.
2. Bij acceptatie resp. uitvoering van de opdracht wordt de leverancier geacht met deze inkoopvoorwaarden bekend te zijn en hiermee akkoord te gaan.

C. Prijs
1. Tenzij anders vermeld zijn de prijzen, genoemd in de opdracht inclusief vracht en andere kosten hoe dan ook genoemd.
2. Tenzij anders vermeld zijn de in de opdracht vermelde prijzen vast voor de duur van het werk.
3. Als te berekenen emballage worden alleen Europallets geaccepteerd.
4. Prijsverhogingen, omtrent welke reden dan ook, mogen niet worden doorgevoerd dan na schriftelijke toestemming van Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V.
5. Kredietbeperkingsregelingen worden niet van toepassing geacht. Deze kunnen dan ook niet in rekening gebracht worden. Indien hiervan wel sprake is, is het de aannemer toegestaan deze in de factuur te verrekenen.
6. Rente, om welke reden dan ook, mag niet worden berekend. Dit geldt tevens voor vertragingsrente.

D. Materiaal en levering
1. Bij levering franco werk zullen de materialen door de leverancier moeten worden gelost op door Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V. aan te wijzen plaatsen.
2. Geleverde goederen zijn en blijven eigendom van Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V., ook wanneer Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V. de goederen nog niet of niet volledig heeft betaald.
3. Alle materialen dienen geleverd te worden op keur van Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V., terwijl Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V. zich het recht voorbehoudt de levering te laten geschieden op keur van de bouwdirectie.

E. Verhaal
Door Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V. zullen op de leverancier verhaald worden, schade en andere kosten in geval van:
I    niet of niet tijdig leveren;
II   niet of niet tijdig uitvoeren;
III  aanvraag tot surseance van betaling door de leverancier;
IV  faillissement van de leverancier.

F. Ontbinding
Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V. behoudt zich het recht voor tot ontbinding van de gesloten overeenkomst over te gaan zonder rechterlijke tussenkomst, in geval van:
I    niet, niet tijdig of onvoldoende kwaliteit leveren;
II   niet of niet tijdig uitvoeren;
III  aanvraag tot surseance van betaling door de leverancier;
IV  faillissement van de leverancier.

G. Betaling
1. De betaling door Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V. zal geschieden aan de hand van de factuur, welke aan Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V. moet worden toegezonden.
2. De factuur dient vergezeld te zijn van een door Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V. afgegeven en ondertekende ontvangstbon. Bij het ontbreken van deze bon zal de factuur onbetaald worden geretourneerd. Aan de genoemde bon kunnen geen rechten worden ontleent; zij dienen slechts ter indicatie van de verrichte werkzaamheden.
3. Indien van toepassing, wordt door de onderaannemer een betalingsschema ingediend dat door de hoofdaannemer dient te worden beoordeeld. Slechts na goedkeuring komen facturen in aanmerking voor betaling. De laatste termijn bestaat uit een onderhoudstermijn van 5% van de aanneemsom en kan worden ingediend 3 maanden na de eindoplevering van het onderhanden zijnde project, met inachtneming van het bepaalde in paragraaf 11 van de U.A.V. ‘89
4. Bij ingebrekestelling door Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V. is deze bij faillissement van de leverancier niet verplicht het eventueel nog niet betaalde bedrag te voldoen.

H. Toepasselijkheid van deze regeling en geschillenbeslechting
1. Uitdrukkelijk wordt hierbij de toepasselijkheid van andere Algemene Voorwaarden en regelingen buiten toepassing gesteld. Van toepassing zijn de Inkoopvoorwaarden, Algemene Voorwaarden en Algemene Regels van Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V.
2. Indien na overleg tussen partijen met inachtneming van eisen van redelijkheid en billijkheid geen overeenstemming over een geschil bereikt kan worden, zal het geschil beslecht worden door arbitrage overeenkomstig de regelingen beschreven in de statuten van de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland, zoals deze drie maanden voor de dag van prijsopgave van het door de hoofdaannemer aangenomen werk luiden.

Algemene voorwaarden

Inkoopvoorwaarden Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V.

Mits schriftelijk met haar is of wordt overeengekomen gelden voor alle inkopen door Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V. de onderstaande inkoopvoorwaarden.

A. Algemeen
1. Verkoopvoorwaarden door de leverancier gesteld, welke in strijd zijn met deze inkoopvoorwaarden zullen slechts dan Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V. binden, wanneer zij zich schriftelijk daartoe verplicht heeft.
2. Wanneer (verkoop)voorwaarden van de leverancier strijdig zijn met de inkoopvoorwaarden van Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V., dan gelden de inkoopvoorwaarden van Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V.

B. Opdracht
1. Opdrachten zijn slechts dan geldig als zij door Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V. zijn verstrekt en door haar schriftelijk zijn bevestigd.
2. Bij acceptatie resp. uitvoering van de opdracht wordt de leverancier geacht met deze inkoopvoorwaarden bekend te zijn en hiermee akkoord te gaan.

C. Prijs
1. Tenzij anders vermeld zijn de prijzen, genoemd in de opdracht inclusief vracht en andere kosten hoe dan ook genoemd.
2. Tenzij anders vermeld zijn de in de opdracht vermelde prijzen vast voor de duur van het werk.
3. Prijsverhogingen, omtrent welke reden dan ook, mogen niet worden doorgevoerd dan na schriftelijke toestemming van Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V.
4. Kredietbeperkingsregelingen worden niet van toepassing geacht. Deze kunnen dan ook niet in rekening gebracht worden. Indien hiervan wel sprake is, is het de aannemer toegestaan deze in de factuur te verrekenen.
5. Rente, om welke reden dan ook, mag niet worden berekend. Dit geldt tevens voor vertragingsrente.

D. Materiaal en levering
1. Bij levering franco werk zullen de materialen door de leverancier moeten worden gelost op door Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V. aan te wijzen plaatsen.
2. Geleverde goederen zijn en blijven eigendom van Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V., ook wanneer Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V. de goederen nog niet of niet volledig heeft betaald.
3. Alle materialen dienen geleverd te worden op keur van Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V..

E. Verhaal
Door Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V. zullen op de leverancier verhaald worden, schade en andere kosten in geval van:
I    niet of niet tijdig leveren;
II   niet of niet tijdig uitvoeren;
III  aanvraag tot surseance van betaling door de leverancier;
IV  faillissement van de leverancier.

F. Ontbinding
Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V. behoudt zich het recht voor tot ontbinding van de gesloten overeenkomst over te gaan zonder rechterlijke tussenkomst, in geval van:
I    niet, niet tijdig of onvoldoende kwaliteit leveren;
II   niet of niet tijdig uitvoeren;
III  aanvraag tot surseance van betaling door de leverancier;
IV  faillissement van de leverancier.

G. Betaling
1. De betaling door Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V. zal geschieden aan de hand van de factuur, welke aan Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V. moet worden toegezonden.
2. Indien van toepassing, wordt door de onderaannemer een betalingsschema ingediend dat door de hoofdaannemer dient te worden beoordeeld.
3. Bij ingebrekestelling door Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V. is deze bij faillissement van de leverancier niet verplicht het eventueel nog niet betaalde bedrag te voldoen.

H. Toepasselijkheid van deze regeling en geschillenbeslechting
1. Uitdrukkelijk wordt hierbij de toepasselijkheid van andere Algemene Voorwaarden en regelingen buiten toepassing gesteld. Van toepassing zijn de Inkoopvoorwaarden van Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V..
2. Indien na overleg tussen partijen met inachtneming van eisen van redelijkheid en billijkheid geen overeenstemming over een geschil bereikt kan worden, zal het geschil beslecht worden door arbitrage overeenkomstig de regelingen beschreven in de statuten van de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland, zoals deze drie maanden voor de dag van prijsopgave van het door de hoofdaannemer aangenomen werk luiden.

Algemene voorwaarden

Voorwaarden voor onderaanneming Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V.

Artikel 1: VERPLICHTINGEN IN VERBAND MET WET- EN REGELGEVING EN ANDERE VOORSCHRIFTEN
1. De onderaannemer is gehouden de verplichtingen uit de CAO voor het bouwbedrijf na te komen, tenzij op de werknemers van de onderaannemer een andere CAO van toepassing is.
2. De onderaannemer is gehouden zijn wettelijke verplichtingen tot afdracht van premies sociale verzekeringswetten en tot afdracht van loonheffing, voorzover direct en indirect verband houdend met het aan hem opgedragen werk, na te komen.
3. De onderaannemer is verplicht op verzoek van de aannemer over te leggen:
a. zijn BTW-nummer;
b. zijn inschrijfnummer in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
c. (voorzover van toepassing) zijn aansluitingsnummer bij de onderlinge waarborgmaatschappij.
4. Aannemer en onderaannemer zijn over en weer verplicht, op verzoek van de wederpartij, een vestigingsvergunning, voorzover vereist, te tonen.
5. De onderaannemer is verplicht op verzoek van de aannemer wekelijks een mandagenregister terzake van het aan hem opgedragen werk te verstrekken. Het mandagenregister dient onder meer de namen van alle door de onderaannemer bij het werk ingeschakelde werknemers, alsmede een manuren-verantwoording te bevatten.
6. De onderaannemer is verplicht eenmaal per drie maanden de aannemer een verklaring te tonen inzake zijn betalingsgedrag bij de UVI waarbij hij is aangesloten en een verklaring inzake zijn afdracht van loonheffing.
7. De onderaannemer is niet bevoegd het aan hem opgedragen werk geheel of ten dele aan een ander over te dragen dan na schriftelijke goedkeuring door de aannemer.
8. De onderaannemer is niet bevoegd het aan hem opgedragen werk of een deel daarvan door een derde in onderaanneming te laten uitvoeren dan na schriftelijke goedkeuring door de aannemer. De onderaannemer blijft jegens de aannemer verantwoordelijk voor het door hem uitbestede werk.
9. Indien de onderaannemer bij de uitvoering van het aan hem opgedragen werk gebruik wenst te maken van (een) door een derde ter beschikking gestelde werknemer(s) geeft hij daarvan schriftelijk kennis aan de aannemer. Wanneer de aannemer tegen gebruikmaking van (een) door een derde ter beschikking gestelde werknemer(s) bezwaar heeft, deelt hij dat binnen redelijke termijn aan de onderaannemer mede.
10. Bij uitbesteding van het werk of gebruikmaking van (een) door een derde ter beschikking gestelde werknemer(s) als bedoeld in de twee voorgaande leden is de onderaannemer verplicht de administratieve voorschriften ex art. 16b lid 8 respectievelijk art. 16a lid 1 Coördinatiewet Sociale Verzekering na te leven.
11. Het is de onderaannemer verboden om het in de onderaannemingssom begrepen bedrag aan verschuldigde premies sociale verzekeringswetten en loonheffing te cederen, te verpanden of, onder welke titel dan ook, in eigendom over te dragen.
12. In geen geval wordt aansprakelijkheid aanvaard jegens derden. Deze voorwaarden van onderaanneming gelden in ieder geval ook jegens derden, welke in opdracht van een onderaannemer werk verrichten

Artikel 2: KWALITEIT VAN GELEVERDE ZAKEN EN PRESTATIES
1. Alle te verwerken bouwstoffen moeten van goede hoedanigheid zijn, geschikt zijn voor hun bestemming en/of voldoen aan de gestelde eisen. Daarnaast staat den aannemer in voor de tijdige levering.
2. De onderaannemer stelt de hoofdaannemer in de gelegenheid bouwstoffen te keuren. De keuring dient te geschieden bij de aankomst hiervan op het werk (eventueel op overeengekomen monsters) of bij de eerste gelegenheid daarna, mits in dat laatste geval de voortgang van het werk niet in gevaar komt. De aannemer is bevoegd bij de kering aanwezig te zijn of zich te doen vertegenwoordigen.
3. De hoofdaannemer is bevoegd bouwstoffen door derden te laten onderzoeken.
4. De onderaannemer is op de hoogte van, voor het werk van belang zijnde wettelijke voorschriften en beschikkingen van overheidswege die op het moment van uitvoering in werking zijn getreden.
5. De onderaannemer is verplicht, indien de constructies, werkwijzen, orders een aanwijzingen klaarblijkelijk zodanige fouten bevatten of gebreken vertonen, dat in strijd met de goede trouw zou worden gehandeld door zonder daarop te wijzen tot uitvoering van het desbetreffende onderdeel van het werk over te gaan, de hoofdaannemer hiervan op de hoogte te stellen. Indien hij dit niet doet, is hij voor de schadelijke gevolgen van zijn verzuim aansprakelijk.
6. De geleverde zaken en werkzaamheden voldoen aan de eisen die het GIW op dat moment stelt. Meer specifiek zal de onderaannemer een garantie vertrekken omtrent de geleverde kwaliteit, die eveneens aan het door het GIW gestelde eisen voldoet.
7. De onderaannemer is aansprakelijk voor schade aan werken en eigendommen van de hoofdaannemer voor zover deze door de uitvoering van het werk is toegebracht en te wijten aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde handelingen van de aannemer, zijn personeel, zijn onder aannemers of zijn leveranciers.

Artikel 3: ORDERS EN AANWIJZINGEN
De onderaannemer is verplicht de door de aannemer gegeven orders en aanwijzingen op te volgen. Het werk moet zij goed en deugdelijk en naar de bepalingen van de overeenkomst uitvoeren.

Artikel 4: RECHTSTREEKSE PRIJSAANBIEDING
Het is de onderaannemer niet toegestaan vanaf het totstandkomen van de overeenkomst van onderaanneming aan de opdrachtgever van de aannemer prijsaanbiedingen te doen voor werk dat te beschouwen is als een uitbreiding of wijziging van het werk van de aannemer, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de aannemer.

Artikel 5: AANVANG VAN HET WERK; UITVOERINGSDUUR
1. De aannemer dient ervoor te zorgen dat de onderaannemer zijn werkzaamheden kan aanvangen op de in de overeenkomst bepaalde dag.
2. Indien het niet mogelijk is dat de onderaannemer op de in de overeenkomst bepaalde dag zijn werkzaamheden kan aanvangen, is de aannemer verplicht de onderaannemer zo vroeg mogelijk, doch uiterlijk vijf werkdagen, of zoveel werkdagen als door partijen is overeengekomen, voor de overeengekomen aanvangsdatum te waarschuwen.
3. Indien de onderaannemer niet in staat is op de in de overeenkomst bepaalde dag zijn werkzaamheden aan te vangen, is hij verplicht de aannemer zo vroeg mogelijk, doch uiterlijk vijf werkdagen, of zoveel werkdagen als door partijen is overeengekomen, voor de overeengekomen aanvangsdatum te waarschuwen.
4. De onderaannemer heeft recht op verlenging van de uitvoeringstermijn c.q. van de opleveringstermijn wanneer door overmacht, door voor rekening van de aannemer komende omstandigheden, of door wijziging in de overeenkomst dan wel in de voorwaarden van de uitvoering, niet van de onderaannemer kan worden gevergd dat het aan hem opgedragen werk binnen de in de overeenkomst bepaalde termijn wordt opgeleverd.
5. Indien de aanvang of de voortgang van het aan de onderaannemer opgedragen werk wordt vertraagd door voor rekening van de aannemer komende omstandigheden, dient de daaruit voor de onderaannemer voortvloeiende schade door de aannemer te worden vergoed.
6. Indien de aanvang of de voortgang van het aan de onderaannemer opgedragen werk wordt vertraagd door voor rekening van de onderaannemer komende omstandigheden, dient de daaruit voor de aannemer voortvloeiende schade, niet zijnde schade wegens overschrijding van de uitvoeringstermijn c.q. van de opleveringstermijn, door de onderaannemer te worden vergoed.
7. Bij overschrijding van de uitvoeringstermijn c.q. van de opleveringstermijn is de onderaannemer aan de aannemer een schadevergoeding wegens te late oplevering verschuldigd van € 500,- per werkbare werkdag, tenzij een ander bedrag is overeengekomen. De aldus verschuldigde schadevergoeding kan worden verrekend met hetgeen de aannemer de onderaannemer verschuldigd is.

Artikel 6: OPLEVERING WERK ONDERAANNEMER VOORAFGAANDEAAN OPLEVERING WERK AANNEMER
1. Ingeval is overeengekomen dat het werk niet tegelijkertijd dient te worden opgeleverd met het aan de aannemer opgedragen werk, doch daaraan voorafgaand, is het hierna bepaalde van toepassing.
2. Een redelijke termijn voor de dag waarop het werk naar de mening van de onderaannemer voltooid zal zijn, nodigt de onderaannemer de aannemer schriftelijk uit om tot opneming van het werk over te gaan. Deze opneming vindt plaats zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen acht dagen na de hiervoor bedoelde dag. De opneming vindt plaats door de aannemer in aanwezigheid van de onderaannemer en strekt ertoe te constateren of de onderaannemer aan zijn verplichtingen uit de overeenkomst heeft voldaan. De toestand waarin het werk bij opneming verkeert wordt beschreven in een op te maken en door beide partijen te ondertekenen proces-verbaal.
3. Nadat het werk is opgenomen, wordt door de aannemer aan de onderaannemer binnen acht dagen schriftelijk medegedeeld, of het werk al dan niet is goedgekeurd, in het eerste geval met vermelding van de eventuele kleine gebreken als bedoeld in het zesde lid, in het laatste geval met vermelding van de gebreken, die de redenen voor onthouding van de goedkeuring zijn. Wordt het werk goedgekeurd, dan wordt als dag van goedkeuring aangemerkt de dag waarop de desbetreffende mededeling aan de onderaannemer is verzonden.
4. Geschiedt de opneming niet binnen acht dagen na de in het tweede lid bedoelde dag, dan kan de onderaannemer bij aangetekende brief een nieuwe aanvrage tot de aannemer richten, met verzoek het werk binnen acht dagen op te nemen. Voldoet de aannemer niet aan dit verzoek, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de in het tweede lid bedoelde dag te zijn goedgekeurd. Voldoet de aannemer wel aan dit verzoek, dan vinden het derde en vierde lid overeenkomstige toepassing.
5. Kleine gebreken die gevoeglijk nog voor een volgende betalingstermijn kunnen worden hersteld, zullen geen reden tot onthouding van goedkeuring mogen zijn, mits zij een eventuele ingebruikneming niet in de weg staan. De onderaannemer is gehouden de in dit lid bedoelde gebreken zo spoedig mogelijk te herstellen.
6. Met betrekking tot een heropneming na onthouding van goedkeuring vinden de bovenvermelde bepalingen overeenkomstige toepassing.
7. Het werk wordt als opgeleverd beschouwd, indien het overeenkomstig dit artikel is of geacht wordt te zijn goedgekeurd. De dag, waarop het werk is of geacht wordt te zijn goedgekeurd, geldt als dag waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd.
8. Indien een onderhoudstermijn geldt, gaat deze in onmiddellijk na de dag waarop het werk overeenkomstig het vorige lid als opgeleverd wordt beschouwd. De onderaannemer is gehouden gebreken welke in de onderhoudstermijn aan de dag treden, zo spoedig mogelijk te herstellen, met uitzondering echter van die welke worden veroorzaakt door een omstandigheid die aan de aannemer moet worden toegerekend.

Artikel 7: OPLEVERING WERK ONDERAANNEMER BIJ OPLEVERING WERK AANNEMER
1. In geval is overeengekomen, dat het aan de onderaannemer opgedragen werk tegelijkertijd dient te worden opgeleverd met het aan de aannemer opgedragen werk, is het hierna bepaalde van toepassing.
2. Een redelijke termijn voor de dag waarop het werk naar de mening van de onderaannemer gereed zal zijn, nodigt de onderaannemer de aannemer schriftelijk uit om tot opneming van het werk over te gaan. Deze opneming vindt plaats door de aannemer in aanwezigheid van de onderaannemer en strekt ertoe te constateren of het werk voldoet aan hetgeen is overeengekomen. De toestand waarin het werk bij opneming verkeert wordt beschreven in een op te maken en door beide partijen te ondertekenen proces-verbaal.
3. Nadat het werk is opgenomen, wordt door de aannemer aan de onderaannemer binnen acht dagen schriftelijk medegedeeld of het werk al dan niet voldoet aan hetgeen is overeengekomen, in het eerste geval met vermelding van de eventuele kleine gebreken als bedoeld in het zesde lid, in het laatste geval met vermelding van de redenen van dat oordeel. Oordeelt de aannemer dat het werk voldoet aan hetgeen is overeengekomen, dan wordt als dag waarop het werk voldoet aan hetgeen is overeengekomen aangemerkt de dag waarop de desbetreffende mededeling aan de onderaannemer is verzonden.
4. Geschiedt de opneming niet binnen acht dagen na de in het tweede lid bedoelde dag, dan kan de onderaannemer bij aangetekende brief een nieuwe aanvrage tot de aannemer richten, met verzoek het werk binnen acht dagen op te nemen. Voldoet de aannemer niet aan dit verzoek, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de in het tweede lid bedoelde dag te voldoen aan hetgeen is overeengekomen. Voldoet de aannemer wel aan dit verzoek, dan vinden het derde en vierde lid overeenkomstige toepassing.
5. Kleine gebreken die gevoeglijk binnen korte termijn kunnen worden hersteld, zullen geen reden zijn om te oordelen dat het werk niet voldoet aan hetgeen is overeengekomen, mits zij aan de voortgang van het werk van de aannemer niet in de weg staan. De onderaannemer is gehouden de in dit lid bedoelde gebreken onverwijld te herstellen.
6. Indien het werk voldoet of geacht wordt te voldoen aan hetgeen is overeengekomen, heeft de onderaannemer, onverminderd hetgeen voortvloeit uit de overeengekomen betalingsregeling, recht op betaling van hetgeen hem ingevolge de overeenkomst toekomt.
7. Indien na het tijdstip waarop het werk voldoet of geacht wordt te voldoen aan hetgeen is overeengekomen, schade aan het werk ontstaat ten gevolge van ingebruikneming daarvan door de aannemer, daaronder begrepen het geval dat de aannemer het werk aan derden met het oog op de verdere uitvoering ter beschikking stelt of aan die derden toegang tot het werk verleent, is die schade niet voor rekening van de onderaannemer.
8. Noch de in dit artikel bedoelde opneming, noch de omstandigheid dat het werk voldoet of geacht wordt te voldoen aan hetgeen is overeengekomen, leiden ertoe dat het werk als opgeleverd kan worden beschouwd.
9. Met betrekking tot een heropneming nadat de aannemer heeft geoordeeld dat het werk niet voldoet aan hetgeen is overeengekomen, vinden de boven- vermelde bepalingen overeenkomstige toepassing.
10. De opneming, de goedkeuring en de oplevering van het werk vinden plaats met inachtneming van het bepaalde in het tweede tot en met het negende lid van het vorige artikel, met dien verstande dat de aannemer de onderaannemer zal uitnodigen om bij de opneming van het werk aanwezig te zijn, en dat tussen die uitnodiging en de opneming een redelijke termijn zal zijn gelegen.

Artikel 8: INRICHTING WERKTERREIN; AAN DE ONDERAANNEMER TER BESCHIKKING GESTELDE ZAKEN
1. Met het oog op het aan de onderaannemer opgedragen werk zorgt de aannemer:
a. voor een goede toegankelijkheid en begaanbaarheid van het werkterrein;
b. voor schaftruimten en sanitaire voorzieningen (mede) t.b.v. de onderaannemer.
2. De aannemer zorgt ervoor dat de onderaannemer tijdig kan beschikken over de in de overeenkomst vermelde zaken. Deze dienen te voldoen aan in redelijkheid daaraan te stellen eisen.
3. De onderaannemer is verplicht hetgeen hem door de aannemer ter beschikking is gesteld, behoorlijk te gebruiken, bij gebreke waarvan hij aansprakelijk zal zijn voor de daardoor ontstane schade en kosten.
4. De kosten van verbruik van gas, water en elektriciteit, alsmede eventuele verschuldigde precario, zijn voor rekening van de aannemer.
5. De onderaannemer zorgt ervoor dat het afval dat ontstaat bij de uitvoering van het aan hem opgedragen werk, wordt gedeponeerd op de daarvoor door de aannemer aangewezen plaatsen, dan wel in de daartoe bestemde container(s). In geval van afval waarvoor op de bouw geen faciliteiten zijn, draagt de onderaannemer zelf de verantwoordelijkheid voor de verwijdering en afvoer.
6. Door de betreding van het bouwterrein accepteert de onderaannemer de bevoegdheid van de aannemer om voertuigen te controleren indien daartoe aanleiding is.

Artikel 9: WEEKRAPPORTEN; NOTULEN BOUWVERGADERING
1. Indien in de overeenkomst is bepaald dat de onderaannemer weekrapporten dient op te maken, kan de aannemer verlangen dat daarbij een door hem te verstrekken model wordt gehanteerd. De onderaannemer biedt in dat geval het weekrapport zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de vijftiende dag na het verstrijken van de werkweek waarop het betrekking heeft aan de aannemer aan. 2. Indien de aannemer zich met de inhoud van het weekrapport kan verenigen, tekent hij dit voor akkoord uiterlijk op de vijfde werkdag nadat dit hem is voorgelegd. Indien de aannemer zich met de inhoud van het weekrapport niet kan verenigen, ondertekent hij dit eveneens uiterlijk op de vijfde werkdag nadat dit hem is voorgelegd, doch onder toevoeging van een aantekening, waaruit blijkt tegen welke gedeelten en om welke redenen hij bezwaar heeft.
3. Indien door of namens de opdrachtgever weekrapporten worden opgemaakt, is de aannemer verplicht de onderaannemer een afschrift te verstrekken van de weekrapporten die hij ter ondertekening krijgt voorgelegd, voorzover die weekrapporten betrekking hebben op het aan de onderaannemer opgedragen werk.
4. Indien door de aannemer weekrapporten worden opgemaakt, is de aannemer verplicht de onderaannemer daarvan een afschrift te verstrekken, voorzover die weekrapporten betrekking hebben op het aan de onderaannemer opgedragen werk.
5. Indien er bouwvergaderingen worden gehouden, dient de aannemer de onderaannemer in te lichten over zaken die in de vergadering aan de orde zijn gekomen, voorzover deze betrekking hebben op het aan de onderaannemer opgedragen werk. De aannemer verstrekt in dat geval de onderaannemer afschrift van de relevante passages uit de notulen van de bouwvergadering.

Artikel 10: BETALING
1. Met inachtneming van het in de volgende leden bepaalde geschiedt betaling van een factuur uitsluitend wanneer die aan de in de overeenkomst aangegeven eisen voldoet.
2. Indien in de overeenkomst is bepaald dat aan een factuur een document dient te zijn gehecht waaruit blijkt dat de gefactureerde prestatie is geleverd, dient de aannemer tot afgifte van dat document over te gaan uiterlijk vier dagen nadat bij een opneming ter gelegenheid van het verschijnen van een termijn is geconstateerd dat de desbetreffende prestatie is geleverd. Het gemis van dat document laat de aanspraken van de onderaannemer op betaling onverlet.
3. Betaling van een factuur zal niet plaats vinden dan nadat de onderaannemer op een tijdig door de aannemer gestelde vraag heeft aangetoond dat de onderaannemer de door hem in het werk gestelde werknemers heeft betaald hetgeen aan hen toekomt op grond van de met hen gesloten arbeidsovereenkomst.
4. Indien het uitgevoerde werk niet voldoet aan de overeenkomst heeft de hoofdaannemer het recht de betaling geheel of gedeeltelijk op te schorten.
5. Kredietbeperkingsregelingen worden niet van toepassing geacht; deze kunnen dan ook niet in rekening worden gebracht. Indien wel sprake is van een kredietbeperkingsregeling, is het de aannemer toegestaan deze in de factuur te verrekenen.

Artikel 11: AFDRACHT PREMIES SOCIALE VERZEKERINGSWETTEN EN LOONHEFFING
1. De aannemer heeft het recht de terzake van het aan de onderaannemer opgedragen werk verschuldigde premies sociale verzekeringswetten en loonheffing, waarvoor hij ingevolge de Wet Ketenaansprakelijkheid hoofdelijk aansprakelijk is, aan de onderaannemer te betalen door storting op diens geblokkeerde rekening in de zin van de Wet Ketenaansprakelijkheid.
2. De aannemer heeft het recht de in het vorige lid bedoelde premies sociale verzekeringswetten en loonheffing van de onderaannemingssom in te houden en namens de onderaannemer rechtstreeks aan de betrokken UVI of de ontvanger der directe belastingen te voldoen, indien de aannemer redelijkerwijs tot het oordeel kan komen dat zulks noodzakelijk is om het risico van de in het vorige lid bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid te beperken.
3. Indien de aannemer redelijkerwijs tot het oordeel kan komen dat door de onderaannemer terzake van het aan hem opgedragen werk een hoger bedrag aan premies sociale verzekeringswetten en loonheffing verschuldigd zal zijn dan het percentage dat in de overeenkomst is vastgesteld, kan hij na overleg met de onderaannemer dat percentage wijzigen.
4. Indien de onderaannemer redelijkerwijs tot het oordeel kan komen dat door hem terzake van het aan hem opgedragen werk een lager bedrag aan premies sociale verzekeringswetten en loonheffing verschuldigd zal zijn dan het percentage dat in de overeenkomst is vastgesteld, kan hij met de aannemer in overleg treden over een wijziging van dat percentage.
5. Indien de aannemer gebruik maakt van in lid 1 en lid 2 omschreven rechten, is hij voor de daar bedoelde bedragen jegens de onderaannemer gekweten.

Artikel 12: VRIJWARING DOOR ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ
Indien en zolang de onderaannemer ten genoegen van de aannemer met betrekking tot de betaling van de door hem terzake van het aan hem opgedragen werk verschuldigde premies sociale verzekeringswetten en loonheffing, waarvoor de aannemer ingevolge de Wet Ketenaansprakelijkheid hoofdelijk aansprakelijk is, voldoende zekerheid biedt in de vorm van een vrijwaring door een onderlinge waarborgmaatschappij, zal de aannemer geen beroep doen op het bepaalde in artikel 1, leden 5 en 6 en op het bepaalde in artikel 10, leden 1, 2 en 5.

Artikel 13: VERHAAL
1. Indien de aannemer, na tot betaling daarvan te zijn aangesproken, de premies sociale verzekeringswetten en loonheffing heeft voldaan, die waren verschuldigd maar niet zijn betaald door de onderaannemer of door een onderaannemer die na de onderaannemer in de keten komt, heeft de aannemer ten belope van het gehele door hem voldane bedrag verhaal op de onderaannemer.
2. Na daartoe door de werknemers van de onderaannemer te zijn aangesproken, heeft de aannemer door voldoening aan zijn verplichtingen ingevolge de CAO voor het Bouwbedrijf jegens die werknemers, verhaal op de onderaannemer ten belope van hetgeen door de aannemer te dezer zake is voldaan, vermeerderd met de wettelijke rente te rekenen vanaf de dag van voldoening.

Artikel 14: EINDAFREKENING
Indien de aannemer voornemens is zijn eindafrekening bij de opdrachtgever in te dienen, zal hij de onderaannemer schriftelijk verzoeken diens eindafrekening bij de aannemer in te dienen. Tenzij anders is overeengekomen, zal de onderaannemer in dat geval binnen vier weken na ontvangst van dit verzoek zijn factuur terzake van het hem nog toekomende bij de aannemer indienen.

Artikel 15: ZEKERHEIDSTELLING
1. Met inachtneming van hetgeen in het vijfde lid is bepaald, is de aannemer gerechtigd om van de onderaannemer te bedingen dat deze zekerheid stelt voor de nakoming van zijn verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst; indien door de onderaannemer zekerheid dient te worden gesteld, geldt het bepaalde in het tweede tot en met het vierde lid van dit artikel.
2. Tenzij anders is overeengekomen is de waarde van de zekerheid gelijk aan 5% van de met de onderaannemer overeengekomen aannemingssom en dient de zekerheid te worden gesteld in de vorm van een bankgarantie.
3. Indien de aannemer voornemens is de bankgarantie in te roepen, geeft hij de onderaannemer daarvan bij aangetekende brief kennis. De aannemer is gerechtigd de bankgarantie in te roepen, tenzij de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland, in een door de onderaannemer binnen 10 werkdagen na de verzending van de in dit lid bedoelde kennisgeving aanhangig te maken spoedgeschil, in eerste aanleg anders beslist.
4. De zekerheid blijft van kracht tot het tijdstip waarop het aan de aannemer opgedragen werk als opgeleverd wordt beschouwd met dien verstande dat, indien daarbij gebreken in het werk van de onderaannemer worden geconstateerd die niet aan oplevering van het totale werk in de weg staan, de zekerheid van kracht blijft tot het tijdstip waarop de onderaannemer deze gebreken heeft hersteld.
5. De aannemer is niet gerechtigd om van de onderaannemer te bedingen dat deze zekerheid stelt voor de nakoming van zijn verplichtingen indien is overeengekomen dat de aannemingssom geheel of ten dele wordt ingehouden. Van een zodanige inhouding is sprake indien aan de onderaannemer minder wordt betaald dan overeenkomt met de som der waarden van het werk dat reeds is uitgevoerd.
6. Indien de aannemer hetgeen de onderaannemer volgens de overeenkomst toekomt, niet of niet tijdig betaalt, of de onderaannemer gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de aannemer het de onderaannemer toekomende niet of niet tijdig zal betalen, is de onderaannemer gerechtigd om van de aannemer genoegzame zekerheid te verlangen. Indien de aannemer in gebreke blijft met het stellen van de door de onderaannemer verlangde genoegzame zekerheid, is de onderaannemer bevoegd, hetzij de uitvoering van het werk te schorsen, hetzij het werk te beëindigen. Op de in dit lid bedoelde zekerheid is hetgeen in het derde lid is gesteld van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16: ONTBINDING
Onverminderd hun bevoegdheid tot ontbinding van de overeenkomst op grond van de wet, hebben aannemer en onderaannemer het recht de overeenkomst van onderaanneming te ontbinden:
a. indien de wederpartij de bedrijfsuitoefening staakt, een aanvraag tot surséance van betaling indient of in staat van faillissement wordt verklaard;
b. indien beëindiging in onvoltooide staat plaatsvindt van het aan de aannemer opgedragen werk;
c. indien de overeenkomst tussen de aannemer en diens opdrachtgever, welke mede het aan de onderaannemer opgedragen werk omvat, wordt ontboden.

Artikel 17: GESCHILLEN
Alle geschillen – daaronder begrepen die, welke slechts door een der partijen als zodanig worden beschouwd – die naar aanleiding van deze overeenkomst of van overeenkomsten die daarvan een uitvloeisel zijn, tussen aannemer en onderaannemer mochten ontstaan, worden beslecht op de wijze zoals in de overeenkomst tussen aannemer en diens opdrachtgever is voorzien ten aanzien van eventuele geschillen tussen de aannemer en diens opdrachtgever. Indien daaromtrent niet geregeld is wordt het geschil beslecht door arbitrage overeenkomstig de regelingen beschreven in de statuten van de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland, zoals deze drie maanden voor de dag van prijsopgave van het door de hoofdaannemer aangenomen werk luiden.

Algemene voorwaarden

Voorwaarden onderaanneming Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V.

Artikel 1: VERPLICHTINGEN IN VERBAND MET WET- EN REGELGEVING EN ANDERE VOORSCHRIFTEN
1. De onderaannemer is gehouden de verplichtingen uit de CAO voor het bouwbedrijf na te komen, tenzij op de werknemers van de onderaannemer een andere CAO van toepassing is.
2. De onderaannemer is gehouden zijn wettelijke verplichtingen tot afdracht van premies sociale verzekeringswetten en tot afdracht van loonheffing, voorzover direct en indirect verband houdend met het aan hem opgedragen werk, na te komen.
3. De onderaannemer is verplicht op verzoek van de aannemer over te leggen:
a. zijn BTW-nummer;
b. zijn inschrijfnummer in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
c. (voorzover van toepassing) zijn aansluitingsnummer bij de onderlinge waarborgmaatschappij.
4. Aannemer en onderaannemer zijn over en weer verplicht, op verzoek van de wederpartij, een vestigingsvergunning, voorzover vereist, te tonen.
5. De onderaannemer is verplicht op verzoek van de aannemer wekelijks een mandagenregister terzake van het aan hem opgedragen werk te verstrekken. Het mandagenregister dient onder meer de namen van alle door de onderaannemer bij het werk ingeschakelde werknemers, alsmede een manuren-verantwoording te bevatten.
6. De onderaannemer is verplicht eenmaal per drie maanden de aannemer een verklaring te tonen inzake zijn betalingsgedrag bij de UVI waarbij hij is aangesloten en een verklaring inzake zijn afdracht van loonheffing.
7. De onderaannemer is niet bevoegd het aan hem opgedragen werk geheel of ten dele aan een ander over te dragen dan na schriftelijke goedkeuring door de aannemer.
8. De onderaannemer is niet bevoegd het aan hem opgedragen werk of een deel daarvan door een derde in onderaanneming te laten uitvoeren dan na schriftelijke goedkeuring door de aannemer. De onderaannemer blijft jegens de aannemer verantwoordelijk voor het door hem uitbestede werk.
9. Indien de onderaannemer bij de uitvoering van het aan hem opgedragen werk gebruik wenst te maken van (een) door een derde ter beschikking gestelde werknemer(s) geeft hij daarvan schriftelijk kennis aan de aannemer. Wanneer de aannemer tegen gebruikmaking van (een) door een derde ter beschikking gestelde werknemer(s) bezwaar heeft, deelt hij dat binnen redelijke termijn aan de onderaannemer mede.
10. Bij uitbesteding van het werk of gebruikmaking van (een) door een derde ter beschikking gestelde werknemer(s) als bedoeld in de twee voorgaande leden is de onderaannemer verplicht de administratieve voorschriften ex art. 16b lid 8 respectievelijk art. 16a lid 1 Coördinatiewet Sociale Verzekering na te leven.
11. Het is de onderaannemer verboden om het in de onderaannemingssom begrepen bedrag aan verschuldigde premies sociale verzekeringswetten en loonheffing te cederen, te verpanden of, onder welke titel dan ook, in eigendom over te dragen.
12. In geen geval wordt aansprakelijkheid aanvaard jegens derden. Deze voorwaarden van onderaanneming gelden in ieder geval ook jegens derden, welke in opdracht van een onderaannemer werk verrichten

Artikel 2: KWALITEIT VAN GELEVERDE ZAKEN EN PRESTATIES
. Alle te verwerken bouwstoffen moeten van goede hoedanigheid zijn, geschikt zijn voor hun bestemming en/of voldoen aan de gestelde eisen. Daarnaast staat den aannemer in voor de tijdige levering.
2. De onderaannemer stelt de hoofdaannemer in de gelegenheid bouwstoffen te keuren. De keuring dient te geschieden bij de aankomst hiervan op het werk (eventueel op overeengekomen monsters) of bij de eerste gelegenheid daarna, mits in dat laatste geval de voortgang van het werk niet in gevaar komt. De aannemer is bevoegd bij de kering aanwezig te zijn of zich te doen vertegenwoordigen.
3. De hoofdaannemer is bevoegd bouwstoffen door derden te laten onderzoeken.
4. De onderaannemer is op de hoogte van, voor het werk van belang zijnde wettelijke voorschriften en beschikkingen van overheidswege die op het moment van uitvoering in werking zijn getreden.
5. De onderaannemer is verplicht, indien de constructies, werkwijzen, orders een aanwijzingen klaarblijkelijk zodanige fouten bevatten of gebreken vertonen, dat in strijd met de goede trouw zou worden gehandeld door zonder daarop te wijzen tot uitvoering van het desbetreffende onderdeel van het werk over te gaan, de hoofdaannemer hiervan op de hoogte te stellen. Indien hij dit niet doet, is hij voor de schadelijke gevolgen van zijn verzuim aansprakelijk.
6. De geleverde zaken en werkzaamheden voldoen aan de eisen die het GIW op dat moment stelt. Meer specifiek zal de onderaannemer een garantie vertrekken omtrent de geleverde kwaliteit, die eveneens aan het door het GIW gestelde eisen voldoet.
7. De onderaannemer is aansprakelijk voor schade aan werken en eigendommen van de hoofdaannemer voor zover deze door de uitvoering van het werk is toegebracht en te wijten aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde handelingen van de aannemer, zijn personeel, zijn onder aannemers of zijn leveranciers.

Artikel 3: ORDERS EN AANWIJZINGEN
De onderaannemer is verplicht de door de aannemer gegeven orders en aanwijzingen op te volgen. Het werk moet zij goed en deugdelijk en naar de bepalingen van de overeenkomst uitvoeren.

Artikel 4: RECHTSTREEKSE PRIJSAANBIEDING
Het is de onderaannemer niet toegestaan vanaf het totstandkomen van de overeenkomst van onderaanneming aan de opdrachtgever van de aannemer prijsaanbiedingen te doen voor werk dat te beschouwen is als een uitbreiding of wijziging van het werk van de aannemer, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de aannemer.

Artikel 5: AANVANG VAN HET WERK; UITVOERINGSDUUR
1. De aannemer dient ervoor te zorgen dat de onderaannemer zijn werkzaamheden kan aanvangen op de in de overeenkomst bepaalde dag.
2. Indien het niet mogelijk is dat de onderaannemer op de in de overeenkomst bepaalde dag zijn werkzaamheden kan aanvangen, is de aannemer verplicht de onderaannemer zo vroeg mogelijk, doch uiterlijk vijf werkdagen, of zoveel werkdagen als door partijen is overeengekomen, voor de overeengekomen aanvangsdatum te waarschuwen.
3. Indien de onderaannemer niet in staat is op de in de overeenkomst bepaalde dag zijn werkzaamheden aan te vangen, is hij verplicht de aannemer zo vroeg mogelijk, doch uiterlijk vijf werkdagen, of zoveel werkdagen als door partijen is overeengekomen, voor de overeengekomen aanvangsdatum te waarschuwen.
4. De onderaannemer heeft recht op verlenging van de uitvoeringstermijn c.q. van de opleveringstermijn wanneer door overmacht, door voor rekening van de aannemer komende omstandigheden, of door wijziging in de overeenkomst dan wel in de voorwaarden van de uitvoering, niet van de onderaannemer kan worden gevergd dat het aan hem opgedragen werk binnen de in de overeenkomst bepaalde termijn wordt opgeleverd.
5. Indien de aanvang of de voortgang van het aan de onderaannemer opgedragen werk wordt vertraagd door voor rekening van de aannemer komende omstandigheden, dient de daaruit voor de onderaannemer voortvloeiende schade door de aannemer te worden vergoed.
6. Indien de aanvang of de voortgang van het aan de onderaannemer opgedragen werk wordt vertraagd door voor rekening van de onderaannemer komende omstandigheden, dient de daaruit voor de aannemer voortvloeiende schade, niet zijnde schade wegens overschrijding van de uitvoeringstermijn c.q. van de opleveringstermijn, door de onderaannemer te worden vergoed.
7. Bij overschrijding van de uitvoeringstermijn c.q. van de opleveringstermijn is de onderaannemer aan de aannemer een schadevergoeding wegens te late oplevering verschuldigd van € 500,- per werkbare werkdag, tenzij een ander bedrag is overeengekomen. De aldus verschuldigde schadevergoeding kan worden verrekend met hetgeen de aannemer de onderaannemer verschuldigd is.

Artikel 6: OPLEVERING WERK ONDERAANNEMER VOORAFGAANDEAAN OPLEVERING WERK AANNEMER
1. In geval is overeengekomen dat het werk niet tegelijkertijd dient te worden opgeleverd met het aan de aannemer opgedragen werk, doch daaraan voorafgaand, is het hierna bepaalde van toepassing.
2. Een redelijke termijn voor de dag waarop het werk naar de mening van de onderaannemer voltooid zal zijn, nodigt de onderaannemer de aannemer schriftelijk uit om tot opneming van het werk over te gaan. Deze opneming vindt plaats zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen acht dagen na de hiervoor bedoelde dag. De opneming vindt plaats door de aannemer in aanwezigheid van de onderaannemer en strekt ertoe te constateren of de onderaannemer aan zijn verplichtingen uit de overeenkomst heeft voldaan. De toestand waarin het werk bij opneming verkeert wordt beschreven in een op te maken en door beide partijen te ondertekenen proces-verbaal.
3. Nadat het werk is opgenomen, wordt door de aannemer aan de onderaannemer binnen acht dagen schriftelijk medegedeeld, of het werk al dan niet is goedgekeurd, in het eerste geval met vermelding van de eventuele kleine gebreken als bedoeld in het zesde lid, in het laatste geval met vermelding van de gebreken, die de redenen voor onthouding van de goedkeuring zijn. Wordt het werk goedgekeurd, dan wordt als dag van goedkeuring aangemerkt de dag waarop de desbetreffende mededeling aan de onderaannemer is verzonden.
4. Geschiedt de opneming niet binnen acht dagen na de in het tweede lid bedoelde dag, dan kan de onderaannemer bij aangetekende brief een nieuwe aanvrage tot de aannemer richten, met verzoek het werk binnen acht dagen op te nemen. Voldoet de aannemer niet aan dit verzoek, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de in het tweede lid bedoelde dag te zijn goedgekeurd. Voldoet de aannemer wel aan dit verzoek, dan vinden het derde en vierde lid overeenkomstige toepassing.
5. Kleine gebreken die gevoeglijk nog voor een volgende betalingstermijn kunnen worden hersteld, zullen geen reden tot onthouding van goedkeuring mogen zijn, mits zij een eventuele ingebruikneming niet in de weg staan. De onderaannemer is gehouden de in dit lid bedoelde gebreken zo spoedig mogelijk te herstellen.
6. Met betrekking tot een heropneming na onthouding van goedkeuring vinden de bovenvermelde bepalingen overeenkomstige toepassing.
7. Het werk wordt als opgeleverd beschouwd, indien het overeenkomstig dit artikel is of geacht wordt te zijn goedgekeurd. De dag, waarop het werk is of geacht wordt te zijn goedgekeurd, geldt als dag waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd.
8. Indien een onderhoudstermijn geldt, gaat deze in onmiddellijk na de dag waarop het werk overeenkomstig het vorige lid als opgeleverd wordt beschouwd. De onderaannemer is gehouden gebreken welke in de onderhoudstermijn aan de dag treden, zo spoedig mogelijk te herstellen, met uitzondering echter van die welke worden veroorzaakt door een omstandigheid die aan de aannemer moet worden toegerekend.

Artikel 7: OPLEVERING WERK ONDERAANNEMER BIJ OPLEVERING WERK AANNEMER
1. In geval is overeengekomen, dat het aan de onderaannemer opgedragen werk tegelijkertijd dient te worden opgeleverd met het aan de aannemer opgedragen werk, is het hierna bepaalde van toepassing.
2. Een redelijke termijn voor de dag waarop het werk naar de mening van de onderaannemer gereed zal zijn, nodigt de onderaannemer de aannemer schriftelijk uit om tot opneming van het werk over te gaan. Deze opneming vindt plaats door de aannemer in aanwezigheid van de onderaannemer en strekt ertoe te constateren of het werk voldoet aan hetgeen is overeengekomen. De toestand waarin het werk bij opneming verkeert wordt beschreven in een op te maken en door beide partijen te ondertekenen proces-verbaal.
3. Nadat het werk is opgenomen, wordt door de aannemer aan de onderaannemer binnen acht dagen schriftelijk medegedeeld of het werk al dan niet voldoet aan hetgeen is overeengekomen, in het eerste geval met vermelding van de eventuele kleine gebreken als bedoeld in het zesde lid, in het laatste geval met vermelding van de redenen van dat oordeel. Oordeelt de aannemer dat het werk voldoet aan hetgeen is overeengekomen, dan wordt als dag waarop het werk voldoet aan hetgeen is overeengekomen aangemerkt de dag waarop de desbetreffende mededeling aan de onderaannemer is verzonden.
4. Geschiedt de opneming niet binnen acht dagen na de in het tweede lid bedoelde dag, dan kan de onderaannemer bij aangetekende brief een nieuwe aanvrage tot de aannemer richten, met verzoek het werk binnen acht dagen op te nemen. Voldoet de aannemer niet aan dit verzoek, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de in het tweede lid bedoelde dag te voldoen aan hetgeen is overeengekomen. Voldoet de aannemer wel aan dit verzoek, dan vinden het derde en vierde lid overeenkomstige toepassing.
5. Kleine gebreken die gevoeglijk binnen korte termijn kunnen worden hersteld, zullen geen reden zijn om te oordelen dat het werk niet voldoet aan hetgeen is overeengekomen, mits zij aan de voortgang van het werk van de aannemer niet in de weg staan. De onderaannemer is gehouden de in dit lid bedoelde gebreken onverwijld te herstellen.
6. Indien het werk voldoet of geacht wordt te voldoen aan hetgeen is overeengekomen, heeft de onderaannemer, onverminderd hetgeen voortvloeit uit de overeengekomen betalingsregeling, recht op betaling van hetgeen hem ingevolge de overeenkomst toekomt.
7. Indien na het tijdstip waarop het werk voldoet of geacht wordt te voldoen aan hetgeen is overeengekomen, schade aan het werk ontstaat ten gevolge van ingebruikneming daarvan door de aannemer, daaronder begrepen het geval dat de aannemer het werk aan derden met het oog op de verdere uitvoering ter beschikking stelt of aan die derden toegang tot het werk verleent, is die schade niet voor rekening van de onderaannemer.
8. Noch de in dit artikel bedoelde opneming, noch de omstandigheid dat het werk voldoet of geacht wordt te voldoen aan hetgeen is overeengekomen, leiden ertoe dat het werk als opgeleverd kan worden beschouwd.
9. Met betrekking tot een heropneming nadat de aannemer heeft geoordeeld dat het werk niet voldoet aan hetgeen is overeengekomen, vinden de boven- vermelde bepalingen overeenkomstige toepassing.
10. De opneming, de goedkeuring en de oplevering van het werk vinden plaats met inachtneming van het bepaalde in het tweede tot en met het negende lid van het vorige artikel, met dien verstande dat de aannemer de onderaannemer zal uitnodigen om bij de opneming van het werk aanwezig te zijn, en dat tussen die uitnodiging en de opneming een redelijke termijn zal zijn gelegen.

Artikel 8: INRICHTING WERKTERREIN; AAN DE ONDERAANNEMER TER BESCHIKKING GESTELDE ZAKEN
1. Met het oog op het aan de onderaannemer opgedragen werk zorgt de aannemer:
a. voor een goede toegankelijkheid en begaanbaarheid van het werkterrein;
b. voor schaftruimten en sanitaire voorzieningen (mede) t.b.v. de onderaannemer.
2. De aannemer zorgt ervoor dat de onderaannemer tijdig kan beschikken over de in de overeenkomst vermelde zaken. Deze dienen te voldoen aan in redelijkheid daaraan te stellen eisen.
3. De onderaannemer is verplicht hetgeen hem door de aannemer ter beschikking is gesteld, behoorlijk te gebruiken, bij gebreke waarvan hij aansprakelijk zal zijn voor de daardoor ontstane schade en kosten.
4. De kosten van verbruik van gas, water en elektriciteit, alsmede eventuele verschuldigde precario, zijn voor rekening van de aannemer.
5. De onderaannemer zorgt ervoor dat het afval dat ontstaat bij de uitvoering van het aan hem opgedragen werk, wordt gedeponeerd op de daarvoor door de aannemer aangewezen plaatsen, dan wel in de daartoe bestemde container(s). In geval van afval waarvoor op de bouw geen faciliteiten zijn, draagt de onderaannemer zelf de verantwoordelijkheid voor de verwijdering en afvoer.
6. Door de betreding van het bouwterrein accepteert de onderaannemer de bevoegdheid van de aannemer om voertuigen te controleren indien daartoe aanleiding is.

Artikel 9: WEEKRAPPORTEN; NOTULEN BOUWVERGADERING
1. Indien in de overeenkomst is bepaald dat de onderaannemer weekrapporten dient op te maken, kan de aannemer verlangen dat daarbij een door hem te verstrekken model wordt gehanteerd. De onderaannemer biedt in dat geval het weekrapport zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de vijftiende dag na het verstrijken van de werkweek waarop het betrekking heeft aan de aannemer aan. 2. Indien de aannemer zich met de inhoud van het weekrapport kan verenigen, tekent hij dit voor akkoord uiterlijk op de vijfde werkdag nadat dit hem is voorgelegd. Indien de aannemer zich met de inhoud van het weekrapport niet kan verenigen, ondertekent hij dit eveneens uiterlijk op de vijfde werkdag nadat dit hem is voorgelegd, doch onder toevoeging van een aantekening, waaruit blijkt tegen welke gedeelten en om welke redenen hij bezwaar heeft.
3. Indien door of namens de opdrachtgever weekrapporten worden opgemaakt, is de aannemer verplicht de onderaannemer een afschrift te verstrekken van de weekrapporten die hij ter ondertekening krijgt voorgelegd, voorzover die weekrapporten betrekking hebben op het aan de onderaannemer opgedragen werk.
4. Indien door de aannemer weekrapporten worden opgemaakt, is de aannemer verplicht de onderaannemer daarvan een afschrift te verstrekken, voorzover die weekrapporten betrekking hebben op het aan de onderaannemer opgedragen werk.
5. Indien er bouwvergaderingen worden gehouden, dient de aannemer de onderaannemer in te lichten over zaken die in de vergadering aan de orde zijn gekomen, voorzover deze betrekking hebben op het aan de onderaannemer opgedragen werk. De aannemer verstrekt in dat geval de onderaannemer afschrift van de relevante passages uit de notulen van de bouwvergadering.

Artikel 10: BETALING
1. Met inachtneming van het in de volgende leden bepaalde geschiedt betaling van een factuur uitsluitend wanneer die aan de in de overeenkomst aangegeven eisen voldoet.
2. Indien in de overeenkomst is bepaald dat aan een factuur een document dient te zijn gehecht waaruit blijkt dat de gefactureerde prestatie is geleverd, dient de aannemer tot afgifte van dat document over te gaan uiterlijk vier dagen nadat bij een opneming ter gelegenheid van het verschijnen van een termijn is geconstateerd dat de desbetreffende prestatie is geleverd. Het gemis van dat document laat de aanspraken van de onderaannemer op betaling onverlet.
3. Betaling van een factuur zal niet plaats vinden dan nadat de onderaannemer op een tijdig door de aannemer gestelde vraag heeft aangetoond dat de onderaannemer de door hem in het werk gestelde werknemers heeft betaald hetgeen aan hen toekomt op grond van de met hen gesloten arbeidsovereenkomst.
4. Indien het uitgevoerde werk niet voldoet aan de overeenkomst heeft de hoofdaannemer het recht de betaling geheel of gedeeltelijk op te schorten.
5. Kredietbeperkingsregelingen worden niet van toepassing geacht; deze kunnen dan ook niet in rekening worden gebracht. Indien wel sprake is van een kredietbeperkingsregeling, is het de aannemer toegestaan deze in de factuur te verrekenen.

Artikel 11: AFDRACHT PREMIES SOCIALE VERZEKERINGSWETTEN EN LOONHEFFING
1. De aannemer heeft het recht de terzake van het aan de onderaannemer opgedragen werk verschuldigde premies sociale verzekeringswetten en loonheffing, waarvoor hij ingevolge de Wet Ketenaansprakelijkheid hoofdelijk aansprakelijk is, aan de onderaannemer te betalen door storting op diens geblokkeerde rekening in de zin van de Wet Ketenaansprakelijkheid.
2. De aannemer heeft het recht de in het vorige lid bedoelde premies sociale verzekeringswetten en loonheffing van de onderaannemingssom in te houden en namens de onderaannemer rechtstreeks aan de betrokken UVI of de ontvanger der directe belastingen te voldoen, indien de aannemer redelijkerwijs tot het oordeel kan komen dat zulks noodzakelijk is om het risico van de in het vorige lid bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid te beperken.
3. Indien de aannemer redelijkerwijs tot het oordeel kan komen dat door de onderaannemer terzake van het aan hem opgedragen werk een hoger bedrag aan premies sociale verzekeringswetten en loonheffing verschuldigd zal zijn dan het percentage dat in de overeenkomst is vastgesteld, kan hij na overleg met de onderaannemer dat percentage wijzigen.
4. Indien de onderaannemer redelijkerwijs tot het oordeel kan komen dat door hem terzake van het aan hem opgedragen werk een lager bedrag aan premies sociale verzekeringswetten en loonheffing verschuldigd zal zijn dan het percentage dat in de overeenkomst is vastgesteld, kan hij met de aannemer in overleg treden over een wijziging van dat percentage.
5. Indien de aannemer gebruik maakt van in lid 1 en lid 2 omschreven rechten, is hij voor de daar bedoelde bedragen jegens de onderaannemer gekweten.

Artikel 12: VRIJWARING DOOR ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ
Indien en zolang de onderaannemer ten genoegen van de aannemer met betrekking tot de betaling van de door hem terzake van het aan hem opgedragen werk verschuldigde premies sociale verzekeringswetten en loonheffing, waarvoor de aannemer ingevolge de Wet Ketenaansprakelijkheid hoofdelijk aansprakelijk is, voldoende zekerheid biedt in de vorm van een vrijwaring door een onderlinge waarborgmaatschappij, zal de aannemer geen beroep doen op het bepaalde in artikel 1, leden 5 en 6 en op het bepaalde in artikel 10, leden 1, 2 en 5.

Artikel 13: VERHAAL
1. Indien de aannemer, na tot betaling daarvan te zijn aangesproken, de premies sociale verzekeringswetten en loonheffing heeft voldaan, die waren verschuldigd maar niet zijn betaald door de onderaannemer of door een onderaannemer die na de onderaannemer in de keten komt, heeft de aannemer ten belope van het gehele door hem voldane bedrag verhaal op de onderaannemer.
2. Na daartoe door de werknemers van de onderaannemer te zijn aangesproken, heeft de aannemer door voldoening aan zijn verplichtingen ingevolge de CAO voor het Bouwbedrijf jegens die werknemers, verhaal op de onderaannemer ten belope van hetgeen door de aannemer te dezer zake is voldaan, vermeerderd met de wettelijke rente te rekenen vanaf de dag van voldoening.

Artikel 14: EINDAFREKENING
Indien de aannemer voornemens is zijn eindafrekening bij de opdrachtgever in te dienen, zal hij de onderaannemer schriftelijk verzoeken diens eindafrekening bij de aannemer in te dienen. Tenzij anders is overeengekomen, zal de onderaannemer in dat geval binnen vier weken na ontvangst van dit verzoek zijn factuur terzake van het hem nog toekomende bij de aannemer indienen.

Artikel 15: ZEKERHEIDSTELLING
1. Met inachtneming van hetgeen in het vijfde lid is bepaald, is de aannemer gerechtigd om van de onderaannemer te bedingen dat deze zekerheid stelt voor de nakoming van zijn verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst; indien door de onderaannemer zekerheid dient te worden gesteld, geldt het bepaalde in het tweede tot en met het vierde lid van dit artikel.
2. Tenzij anders is overeengekomen is de waarde van de zekerheid gelijk aan 5% van de met de onderaannemer overeengekomen aannemingssom en dient de zekerheid te worden gesteld in de vorm van een bankgarantie.
3. Indien de aannemer voornemens is de bankgarantie in te roepen, geeft hij de onderaannemer daarvan bij aangetekende brief kennis. De aannemer is gerechtigd de bankgarantie in te roepen, tenzij de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland, in een door de onderaannemer binnen 10 werkdagen na de verzending van de in dit lid bedoelde kennisgeving aanhangig te maken spoedgeschil, in eerste aanleg anders beslist.
4. De zekerheid blijft van kracht tot het tijdstip waarop het aan de aannemer opgedragen werk als opgeleverd wordt beschouwd met dien verstande dat, indien daarbij gebreken in het werk van de onderaannemer worden geconstateerd die niet aan oplevering van het totale werk in de weg staan, de zekerheid van kracht blijft tot het tijdstip waarop de onderaannemer deze gebreken heeft hersteld.
5. De aannemer is niet gerechtigd om van de onderaannemer te bedingen dat deze zekerheid stelt voor de nakoming van zijn verplichtingen indien is overeengekomen dat de aannemingssom geheel of ten dele wordt ingehouden. Van een zodanige inhouding is sprake indien aan de onderaannemer minder wordt betaald dan overeenkomt met de som der waarden van het werk dat reeds is uitgevoerd.
6. Indien de aannemer hetgeen de onderaannemer volgens de overeenkomst toekomt, niet of niet tijdig betaalt, of de onderaannemer gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de aannemer het de onderaannemer toekomende niet of niet tijdig zal betalen, is de onderaannemer gerechtigd om van de aannemer genoegzame zekerheid te verlangen. Indien de aannemer in gebreke blijft met het stellen van de door de onderaannemer verlangde genoegzame zekerheid, is de onderaannemer bevoegd, hetzij de uitvoering van het werk te schorsen, hetzij het werk te beëindigen. Op de in dit lid bedoelde zekerheid is hetgeen in het derde lid is gesteld van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16: ONTBINDING
Onverminderd hun bevoegdheid tot ontbinding van de overeenkomst op grond van de wet, hebben aannemer en onderaannemer het recht de overeenkomst van onderaanneming te ontbinden:
a. indien de wederpartij de bedrijfsuitoefening staakt, een aanvraag tot surséance van betaling indient of in staat van faillissement wordt verklaard;
b. indien beëindiging in onvoltooide staat plaatsvindt van het aan de aannemer opgedragen werk;
c. indien de overeenkomst tussen de aannemer en diens opdrachtgever, welke mede het aan de onderaannemer opgedragen werk omvat, wordt ontboden.

Artikel 17: GESCHILLEN
Alle geschillen – daaronder begrepen die, welke slechts door een der partijen als zodanig worden beschouwd – die naar aanleiding van deze overeenkomst of van overeenkomsten die daarvan een uitvloeisel zijn, tussen aannemer en onderaannemer mochten ontstaan, worden beslecht op de wijze zoals in de overeenkomst tussen aannemer en diens opdrachtgever is voorzien ten aanzien van eventuele geschillen tussen de aannemer en diens opdrachtgever. Indien daaromtrent niet geregeld is wordt het geschil beslecht door arbitrage overeenkomstig de regelingen beschreven in de statuten van de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland, zoals deze drie maanden voor de dag van prijsopgave van het door de hoofdaannemer aangenomen werk luiden.

Algemene voorwaarden

Algemene regels Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V.

Parkeergelegenheid
Het is niet toegestaan vervoersmiddelen te parkeren binnen de afrastering van het bouwterrein. Bij overtreding hiervan is de hoofdaannemer op geen enkele wijze aansprakelijk voor aangerichte schade aan de voertuigen.

Schaftlokalen
De hoofdaannemer draagt zorg voor schaftlokalen, was-, kleed- en toiletgelegenheden. Deze ruimten worden door ons onderhouden en verwarmd. In de bouw wordt niet geschaft. Wij vragen uw medewerking deze ruimten netjes en schoon te houden.

Telefoon
U kunt alleen via het door de uitvoerder aan te wijzen toestel bellen. De kosten die hieraan verbonden zijn, zijn voor uw rekening.

Werktijden
De werktijden vallen in principe samen met die van de bouwaannemer. Slechts met toestemming van de hoofdaannemer kan hiervan afgeweken worden (bijv. bij grote personeelsbezetting, indien in overleg is vastgesteld in twee ploegen te schaften).

Roostervrije dagen
Op roostervrije en vakantiedagen, vastgesteld in de bouw CAO, is het werk niet toegankelijk voor uw personeel.

Opgave bezetting
Iedere dag dient u de hoofdaannemer een opgave te verstrekken van uw personeelsbezetting met het aantal gewerkte uren en van de aangevoerde materialen gevoerde materialen. Wijzigingen in de personeelsbezetting of afvoer van overtollig materiaal kan alleen na toestemming van onze uitvoerder plaatsvinden.

Veiligheid
Bij al uw werkzaamheden dient u te voldoen aan de Arbowetgeving. U bent hiervoor verantwoordelijk.

Beschadigingen e.d.
U bent verplicht waar nodig ondervloeren, dekvloeren, wanden, plafonds en alle overige delen van het gebouw, inclusief installatie, te beschermen tegen beschadigingen ten gevolge van door u uit te voeren werkzaamheden. De bescherming dient de goedkeuring te hebben van de bouwdirectie en de hoofdaannemer. Reparatiekosten van beschadigingen, door uw bedrijf veroorzaakt zullen in rekening gebracht worden.

Netheid
U dient aan het einde van iedere werkdag uw eigen afvalmateriaal, verpakkingsmaterialen, afgekeurde en overtollige materialen uit de bouw af te voeren, waarbij gebruik gemaakt kan worden van eventueel aanwezige vuilstortkoker en/of bouwliften. De afvalmaterialen e.d. te deponeren in gereedstaande containers, welke door de hoofdaannemer regelmatig worden verwisseld. Bij nalatigheid uwerzijds zullen wij alles opruimen voor uw rekening. Het verbranden van afval op het bouwterrein is verboden. Indien geen stortmogelijkheden aanwezig zijn voor bepaalde soorten afval, dient u zelf voor de afvoer daarvan te zorgen(bijv. chemisch afval).

Meerwerk
Meerwerk zal alleen geaccepteerd worden, indien de hoofdaannemer vroegtijdig van het uitvoeren van het meerwerk op de hoogte is gesteld en hiermee akkoord is gegaan. In het geval van verrekenbare hoeveelheden, manuren en/of materialen e.d. dient u deze dagelijks ter schriftelijke goedkeuring aan onze hoofduitvoerder voor te leggen. Meer- en minderwerkopdrachten kunnen uitsluitend door de hoofdaannemer, aan u verstrekt worden.

Voorlieden/chefmonteurs
De door onderaannemers en installateurs aan te stellen voorlieden/chefmonteurs zullen wij op de bouwplaats beschouwen als contactpersoon tussen uw bedrijf en onze hoofduitvoerder. Indien gewenst worden andere medewerkers van uw bedrijf uitgenodigd tot het gezamenlijke voorliedenoverleg.

Werkzaamheden
Het uitvoeren op de bouwplaats van werkzaamheden in opdracht van en/of ten behoeve van nevenaannemers en derden kan pas geschieden indien de hoofdaannemer hiermee akkoord is gegaan.

Vermissing
Wij zijn niet aansprakelijk voor schade als gevolg van diefstal, vermissing, brand in keten of vernieling, tenzij deze schade veroorzaakt is door schuld of nalatigheid van ons. Door het betreden van het bouwterrein accepteert u de bevoegdheid om bij vermoeden van diefstal uw voertuigen te controleren.

Afrekening
Aan de door de hoofduitvoerder afgetekende onvangst/leveringsbonnen zijn geen rechten te ontlenen; zij dienen slechts als signalering voor een geleverde en/of verrichte hoeveelheid eenheden.

Elektriciteit
Wij dragen zorg voor een algemene oriëntatieverlichting. Uw elektrisch gereedschap kunt u voeden vanaf door ons te plaatsen verdeelkasten per verdieping of bouwdeel (mits de capaciteit voldoende is). Gereedschappen en kabels vanaf de verdeelkasten zijn voor uw rekening. Het is niet toegestaan op het werk elektriciteit te gebruiken anders dan voor werkgereedschappen.

Samenwerking
Wij beschouwen alle werknemers als medewerkers. Zij zullen zodanig behandeld worden. Mochten werknemers de teamgeest verstoren, zullen zij van de bouwplaats verwijderd worden.

Contact met directie
Ieder contact op de bouwplaats, het uitvoerend werk betreffend, tussen u en de bouwdirectie dient uitsluitend via onze hoofduitvoerder te geschieden.

Adviezen
Adviezen direct of indirect verband houdend met uw werkzaamheden, worden desgevraagd gratis aan de hoofdaannemer verstrekt.

Verzekering
Het is onderaannemers/leveranciers niet toegestaan schades te claimen op de Constructie All Risk Verzekering (C.A.R.) van de hoofdaannemer/opdrachtgever, tenzij dit uitdrukkelijk is overeengekomen. Wanneer is overeengekomen dat de onderaannemer/leverancier wel schade mag claimen, gelden de volgende voorwaarden:
1. De Constructie All Risk Verzekering (C.A.R.) wordt afgesloten voor de bouwtermijn, gebaseerd op het in het bestek genoemde tijdsschema, alsmede de daarbij aansluitende onderhoudstermijn.
2. Niet onder de verzekering vallen onder meer de mechanisch voortbewogen transportmiddelen/werktuigen/voer- of rijtuigen, geld of andere waardepapieren.
3. De aansprakelijkheid van de aannemer resp. onderaannemer wordt niet beperkt, verminderd of gewijzigd door enige bepaling betreffende verzekering in het bestek.
4. Een eventuele W.A. of C.A.R.-verzekering van de onderaannemer prevaleert boven de C.A.R.-verzekering van de hoofdaannemer.
5. Alle niet door de verzekering gedekte schade en/of vorderingen waarvoor de aannemer volgens dit bestek aansprakelijk is, alsmede een eigen risicobedrag van € 5.000,- per gebeurtenis blijft voor rekening van de aannemer resp. onderaannemer. Indien de schade bij storm veroorzaakt is kan dit eigen risico hoger zijn.
6. De aannemer resp. onderaannemer is verplicht zich tot tenminste de door de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) minimum vereiste bedragen te verzekeren.

U dient deze regels onder de aandacht van uw medewerkers te brengen en hen volgens deze regels te doen handelen. Wij beschouwen het hierboven gestelde als te zijn in het belang van het werk en dus ook voor uw aandeel daarin. Deze regels maken deel uit van de opdracht en vormen hiermee één geheel.

Algemene voorwaarden

Algemene regels Roelofs & Haase Projectontwikkeling B.V.

Parkeergelegenheid
Het is niet toegestaan vervoersmiddelen te parkeren binnen de afrastering van het bouwterrein. Bij overtreding hiervan is de hoofdaannemer op geen enkele wijze aansprakelijk voor aangerichte schade aan de voertuigen.

Schaftlokalen
De hoofdaannemer draagt zorg voor schaftlokalen, was-, kleed- en toiletgelegenheden. Deze ruimten worden door ons onderhouden en verwarmd. In de bouw wordt niet geschaft. Wij vragen uw medewerking deze ruimten netjes en schoon te houden.

Telefoon
U kunt alleen via het door de uitvoerder aan te wijzen toestel bellen. De kosten die hieraan verbonden zijn, zijn voor uw rekening.

Werktijden
De werktijden vallen in principe samen met die van de bouwaannemer. Slechts met toestemming van de hoofdaannemer kan hiervan afgeweken worden (bijv. bij grote personeelsbezetting, indien in overleg is vastgesteld in twee ploegen te schaften).

Roostervrije dagen
Op roostervrije en vakantiedagen, vastgesteld in de bouw CAO, is het werk niet toegankelijk voor uw personeel.

Opgave bezetting
Iedere dag dient u de hoofdaannemer een opgave te verstrekken van uw personeelsbezetting met het aantal gewerkte uren en van de aangevoerde materialen gevoerde materialen. Wijzigingen in de personeelsbezetting of afvoer van overtollig materiaal kan alleen na toestemming van onze uitvoerder plaatsvinden.

Veiligheid
Bij al uw werkzaamheden dient u te voldoen aan de Arbowetgeving. U bent hiervoor verantwoordelijk.

Beschadigingen e.d.
U bent verplicht waar nodig ondervloeren, dekvloeren, wanden, plafonds en alle overige delen van het gebouw, inclusief installatie, te beschermen tegen beschadigingen ten gevolge van door u uit te voeren werkzaamheden. De bescherming dient de goedkeuring te hebben van de bouwdirectie en de hoofdaannemer. Reparatiekosten van beschadigingen, door uw bedrijf veroorzaakt zullen in rekening gebracht worden.

Netheid
U dient aan het einde van iedere werkdag uw eigen afvalmateriaal, verpakkingsmaterialen, afgekeurde en overtollige materialen uit de bouw af te voeren, waarbij gebruik gemaakt kan worden van eventueel aanwezige vuilstortkoker en/of bouwliften. De afvalmaterialen e.d. te deponeren in gereedstaande containers, welke door de hoofdaannemer regelmatig worden verwisseld. Bij nalatigheid uwerzijds zullen wij alles opruimen voor uw rekening. Het verbranden van afval op het bouwterrein is verboden. Indien geen stortmogelijkheden aanwezig zijn voor bepaalde soorten afval, dient u zelf voor de afvoer daarvan te zorgen(bijv. chemisch afval).

Meerwerk
Meerwerk zal alleen geaccepteerd worden, indien de hoofdaannemer vroegtijdig van het uitvoeren van het meerwerk op de hoogte is gesteld en hiermee akkoord is gegaan. In het geval van verrekenbare hoeveelheden, manuren en/of materialen e.d. dient u deze dagelijks ter schriftelijke goedkeuring aan onze hoofduitvoerder voor te leggen. Meer- en minderwerkopdrachten kunnen uitsluitend door de hoofdaannemer, aan u verstrekt worden.

Voorlieden/chefmonteurs
De door onderaannemers en installateurs aan te stellen voorlieden/chefmonteurs zullen wij op de bouwplaats beschouwen als contactpersoon tussen uw bedrijf en onze hoofduitvoerder. Indien gewenst worden andere medewerkers van uw bedrijf uitgenodigd tot het gezamenlijke voorliedenoverleg.

Werkzaamheden
Het uitvoeren op de bouwplaats van werkzaamheden in opdracht van en/of ten behoeve van nevenaannemers en derden kan pas geschieden indien de hoofdaannemer hiermee akkoord is gegaan.

Vermissing
Wij zijn niet aansprakelijk voor schade als gevolg van diefstal, vermissing, brand in keten of vernieling, tenzij deze schade veroorzaakt is door schuld of nalatigheid van ons. Door het betreden van het bouwterrein accepteert u de bevoegdheid om bij vermoeden van diefstal uw voertuigen te controleren.

Afrekening
Aan de door de hoofduitvoerder afgetekende onvangst/leveringsbonnen zijn geen rechten te ontlenen; zij dienen slechts als signalering voor een geleverde en/of verrichte hoeveelheid eenheden.

Elektriciteit
Wij dragen zorg voor een algemene oriëntatieverlichting. Uw elektrisch gereedschap kunt u voeden vanaf door ons te plaatsen verdeelkasten per verdieping of bouwdeel (mits de capaciteit voldoende is). Gereedschappen en kabels vanaf de verdeelkasten zijn voor uw rekening. Het is niet toegestaan op het werk elektriciteit te gebruiken anders dan voor werkgereedschappen.

Samenwerking
Wij beschouwen alle werknemers als medewerkers. Zij zullen zodanig behandeld worden. Mochten werknemers de teamgeest verstoren, zullen zij van de bouwplaats verwijderd worden.

Contact met directie
Ieder contact op de bouwplaats, het uitvoerend werk betreffend, tussen u en de bouwdirectie dient uitsluitend via onze hoofduitvoerder te geschieden.

Adviezen
Adviezen direct of indirect verband houdend met uw werkzaamheden, worden desgevraagd gratis aan de hoofdaannemer verstrekt.

U dient deze regels onder de aandacht van uw medewerkers te brengen en hen volgens deze regels te doen handelen. Wij beschouwen het hierboven gestelde als te zijn in het belang van het werk en dus ook voor uw aandeel daarin. Deze regels maken deel uit van de opdracht en vormen hiermee één geheel.

Algemene voorwaarden

Aanvullende voorwaarden voor het uitvoeren van KALKZANDSTEEN METSEL- EN LIJMWERK op werken van Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V.

1. De lijmelementen worden door Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V. op een daarvoor geschikte ondergrond geplaatst, zo dicht mogelijk bij de verwerkingsplaats. Vanaf deze plaats dient de onderaannemer het volledige opperwerk van de lijmelementen en kimblokken te verzorgen.
2. Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V. levert een bemande kraan met opperklem en pallethaak. Vóóraf dient duidelijk overeengekomen te zijn hoelang de kraan ter beschikking wordt gesteld.
3. Het lijmwerk dient zowel aan de binnen- als buitenzijde ontdaan te worden van specie- c.q. lijmresten.
4. Alle door de onderaannemer te verwerken materialen inclusief de kant en klare mortel voor de kimmen worden door de hoofdaannemer geleverd.
5. Gaten in de wanden te dichten met mortel zodat geluidslekken voorkomen worden.
6. Kimmen en lijmelementen te plaatsen inclusief de in te werken spouwankers en benodigde folies (DPC, vinylslabben en dergelijke).
7. Het inwerken van de benodigde lateien behoort tot de werkzaamheden van de onderaannemer.
8. De onderaannemer draagt zelf zorg voor elementsteller (ook indien grotere hoogten dan normale verdiepingshoogte moeten worden gemaakt) met scharnierklemmen, rails, mortelbakken, mixer en slagboormachine met de benodigde kabels en snoeren.
9. De onderaannemer draagt zelf zorg voor het verplaatsen van de elementensteller. (eventueel met hulp van de door de hoofdaannemer ter beschikking gestelde hijskraan)
10. Voor het op maat maken van lijmblokjes c.q. vellingblokjes draagt de onderaannemer zelf zorg voor een blokkenknipper.
11. De onderaannemer verzorgt het afschoren van de gelijmde wanden door druk/trekschoren welke door de hoofdaannemer ter beschikking worden gesteld. Wanneer de wanden voldoende stabiliteit hebben dient de onderaannemer de schoren te verwijderen met inbegrip van de bouten en volgplaten uit de wanden en vloeren.
12. Het transport van de schoren van de ene naar de andere wand behoort tot de werkzaamheden van de onderaannemer. Bij het einde van het project dienen de schoren opgetast te worden in jukken op aanwijzing van de uitvoerder.
13. Dilataties en openingen te houden volgens de gegevens van de lijmboekjes c.q. ter plaatse waar leidingen uit de vloer komen.
14. De hoofdaannemer stelt de benodigde schragen en steigerdelen ter beschikking.
15. Standleidingen zullen worden geplaatst nadat de wanden gereed zijn.
16. De onderaannemer dient de voorgeopperde lijmelementen af te dekken en te verwerken conform de vorstverletbestrijdingseisen.
17. De benodigde vloerrandbeveiliging zal door de hoofdaannemer worden aangebracht.
18. De hoeveelheden zullen netto afgerekend worden aan de hand van de ter beschikking gestelde lijmboekjes.
19. Pallets en opperlatten dienen verzameld te worden op een door de uitvoerder aangegeven plaats.
20. Wekelijks dient door de onderaannemer het puin en overig afval te worden opgeruimd en in daarvoor geëigende puincontainers van Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V. te worden gedeponeerd.
21. De dagelijkse werktijden, vakanties en roostervrije dagen dienen gelijk te worden gehouden aan die van Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V.
22. Het economisch gebruik van stroom/water etc. dient door de onderaannemer gewaarborgd te worden, van hem wordt verwacht, dat hij als een goed huisvader omgaat met de door Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V. geboden voorziening.
23. De onderaannemer dient alle veiligheidsvoorschriften volledig in acht te nemen.
24. Het ARBO-beleidsplan van Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V. ligt bij de uitvoerder ter inzage. De onderaannemer dient zich aan dit plan te conformeren.
25. De onderaannemer dient voor een goede bouwbegeleiding en instructie van zijn personeel te zorgen. Tevens dient door u gedurende de uitvoeringsperiode de kwaliteit zorgvuldig bewaakt te worden. De uitvoerder van Roelofs & Haase Aannemingsbedrijf B.V. heeft op de bouwplaats een vast aanspreekbaar en verantwoordelijke vertegenwoordiger van de onderaannemer.

Ten aanzien van schade wegens diefstal, inbraak, brand of vandalisme wordt de onderaannemer er uitdrukkelijk op gewezen, dat onderaannemer zelf voor verzekering van keten, loodsen, gereedschappen, materialen en dergelijke zorg draagt.

Auto’s van de onderaannemer staan geheel voor eigen risico op de bouwplaats. Alle voertuigen moeten geparkeerd worden op aanwijzing van de uitvoerder.